Door Leo Brand
Slechts weinig mensen zullen beseffen dat, als zij een
vijver in hun tuin gaan aanleggen, zij eigenlijk bezig zijn met het
creëren van een minibiotoop voor heel wat soorten planten en dieren. juist
zo'n waterpartij in de tuin kan het begin zijn van een enorme diversiteit
aan (wilde)planten en dieren. Zo ontstaat er al snel een minileefmilieu in
uw vijver en tuin en dit alles op een heel kleine plek, in een vaak zeer
beperkte ruimte. Op deze manier zijn we, vaak onbewust, bezig met het
creëren van een prachtig stukje natuur en dragen tevens ons steentje bij
aan de bescherming hiervan. Willen we de natuur echt een handje helpen,
dan moeten we wel weten hoe die natuur in elkaar steekt. De mens kan
echter zelf geen natuur creëren, hij kan hooguit de omstandigheden
beïnvloeden en de biotoopplaats bepalen, welke de natuur nodig heeft bij
het vormen hier-van. Hebben we eenmaal deze plaats bepaald, dan kan de
natuur haar gang gaan, waarbij wij van tijd tot tijd in mogen (moeten?)
grijpen om dingen zo te veranderen totdat het, naar onze bescheiden
mening, goed is.
Beginnen bij het begin
Het vervolg lijkt zo makkelijk, als we er eenmaal voor
hebben gekozen een natuurvijver te maken. Maar er komt duidelijk meer voor
kijken dan men in eerste instantie verwacht. Allereerst moeten we vragen
beantwoorden als: op welke plek in de tuin moet zo'n vijver geplaatst
worden, van welk materiaal maak ik de vijver en .... hoe groot, welke
diepte. Moet het een folievijver worden of een kant en klare kunststof
vijver, welke meestal zijn gebouwd van met glasvezels versterkt polyester.
We kunnen er zelfs voor kiezen een vijver te maken van leem. Al deze
vijvers hebben hun vooren nadelen. In dit verhaal kiezen we voor een
folievijver. Is ook deze keuze eenmaal gemaakt dan komt de vraag: waar
plaats ik zo'n vijver en hoe moet ik zo'n vijver vorm geven. Een echte
handleiding voor zoiets bestaat eigenlijk niet. Wel zijn er een groot
aantal factoren waarmee terdege rekening gehouden dient te worden. Het
belangrijkste feit is dat de vijver esthetisch een geheel moet vormen met
de tuin waarin deze geplaatst wordt. Hij mag nooit een te groot oppervlak
van de tuin in beslag nemen, tenzij we daar een bedoeling mee zouden
hebben. Normaliter mag de vijver nooit meer dan één derde van de totale
oppervlakte van de tuin beslaan, pas dan kan het een rustpunt in de tuin
worden. Het mooiste zou zij. n als je vanuit je stoel in de woonkamer een
goed zicht hebt op de vijver. Maar dat moet wel haalbaar zijn. We hebben
tenslotte met nog meer factoren rekening te houden. Het is allesbepalend
dat je de vij ver zodanig plaatst, dat deze tenminste zes uur per dag
zonlicht krijgt. Dit is absoluut noodzakelijk voor de planten welke we
straks in onze vijver gaan plaatsen. Deze hebben namelijk veel (zon) licht
nodig.
Bomen en vijvers
Dan moeten we ook nog bedenken dat onze vijver niet
direct onder, of in de directe nabijheid van bomen geplaatst mag worden.
Dat kan heel veel nadelige gevolgen met zich meebrengen. Ten eerste is het
zo dat de planten in, maar ook die rondom, de vijver te weinig licht
krijgen. Doordat het zonlicht niet meer in staat is door het bladerdak te
schijnen, maar alleen nog maar het water oppervlak kan verlichten,
ontstaan er donkere plekken in de vijver, waardoor weer zuurstofgebrek
ontstaat en de planten snel kunnen gaan rotten. Het vijverwater stinkt dan
ook. Dit alles kan heel veel problemen opleveren. Als planten niet goed
kunnen groeien stagneert automatisch de natuurlijke levensloop van alle
plantaardig en .... dierlijk leven. Zo krijgt het biologisch evenwicht,
dat wij proberen na te streven, geen enkele kans meer. Wat wel een kans
krijgt zijn bepaalde algen, die dankzij een tekort aan zuurstof welig
zullen tieren.
Maar de bomen veroorzaken niet alleen een tekort
aan zonlicht, ze kunnen ook andere problemen opleveren. Zo zijn vooral de
zaden, maar ook de bladeren van de gouden regen (Laburnum anagyroides) en
de blauwe regen (Wisteria sinensis) zeer giftig en kunnen het water en
daardoor ook het dierlijk leven, in hoge mate schade berokkenen. Ook
loofbomen als eik, kastanje en wilg kunnen flink wat problemen opleveren.
Het is een bekend verhaal dat de bladeren van voornoemde bomen looistoffen
afgeven en de wilgenbladeren zelfs een licht verdovende uitwerking kunnen
hebben op de dieren in de vijver. De naalden van coniferen, vooral spar en
grove den, bevatten een hoge zuurgraad en verlagen dus de pH- waarde in de
vijver. Alhoewel we dit soms best wel kunnen hebben moeten we er toch voor
zorgdragen dat dit niet te gek wordt en er teveel naalden in de vijver
terecht komen. Verder moeten we, zeker bij een folievijver, oppassen dat
aangeplante en bestaande bomen en struiken niet met hun wortels bij of
door de folie kunnen komen. Het is beter voorkomen dan repareren.
Als laatste punt, wat de bomen betreft althans, is het probleem
vogels. Bedenk dat bomen een rustplaats kunnen zij n voor vogels en als
deze nu net de boom kiezen boven Uw vijver dan kunt U zich indenken wat er
gebeurt met al die uitwerpselen, elke avond opnieuw weer. Dit kan een
groter probleem vormen dan U denkt. Houdt al deze puntjes dus nauwlettend
in het oog. Een totaal ander probleem kunnen de weersomstandigheden
vormen. Een vijver die niet beschut genoeg ligt tegen noorder- en
noordoostenwinden zal in de winter sneller dichtvriezen en bij de minste
kou al een extra probleem vormen. We kunnen dit heel makkelijk voorkomen
door op deze plaatsen een schutting of muur te maken of een aantal flinke
struiken aan zo'n kant te plaatsen. Erg fraai kan zoiets opgelost worden
door juist aan de koude kant een steen- of rotspartij te maken, waarover U
eventueel een waterval laat lopen. De stenen geven in de winter tevens een
extra schuilgelegenheid voor amfibieën en insekten. De pomp van de
waterval natuurlijk 's winters op tijd afsluiten en eruit halen. Nu is het
zo dat niet in iedere tuin met al deze voornoemde problemen rekening
gehouden kan worden. Dat is natuurlijk ook moeilijk, maar als er voor
wordt gezorgd dat alles goed tegen elkaar is afgewogen, moet het niet
moeilijk meer zijn de juiste plaats te bepalen.
Maak een bouwtekening
Alvorens we nu beginnen met graaf werkzaamheden, zouden
we eigenlijk eerst een goede bouwtekening moeten maken. Waar komt de
vijver, hoe komt hij te liggen en waar komen de planten, bomen en struiken
rondom de vijver te staan Bedenk wel bij het maken van een tekening dat U
er aan tafel bovenop kijkt maar in de tuin kijkt U er tegenaan.
Dat
geeft een groot verschil, probeer dat maar eens uit met bij voorbeeld een
paar lage en hoge kamerplanten. Verder moet U er rekening mee houden dat
als U op papier een rond model maakt, deze ook in de praktijk wel rond zal
blijven. Maakt U echter een vijver in de vorm van een acht, dan blijft van
deze vorm in de praktijk weinig over, dit vanwege de beplanting. De meest
geschikte en gebruikte vormen zijn de ronde of ovale vorm, de vierkante of
rechthoekige vijver of de niervormige vijver. Teken in ieder geval ook
alle ornamenten en accessoires mee, mocht U die willen hebben. Het is
namelijk zeer vervelend er later achter te komen, dat we na het graven
bijvoorbeeld de elektrische leidingen zijn vergeten te maken, of de plek
waar pomp en/of filter moest komen, omdat die niet op de tekening stonden.
Is alles goed en duidelijk ingetekend dan kunnen we met het karwei
beginnen.
Het graafwerk
We beginnen met het uitzetten van de vijver op het stuk
grond waar deze moet komen. We gebruiken hiervoor wat houten paaltjes van
zo'n meter hoog en een stuk sisaltouw De vorm is na het ombinden van het
touw om de paaltjes duidelijk zichtbaar en indien nodig kunt U deze altijd
nog bijstellen. Neem nu een niet al te brede spade en maak de omtrek van
de vijver door één spade diep de grond rondom het touw af te graven. Nu
gaat U vanuit het midden werken en zorgt ervoor dat U goed vlak blijft.
Een waterpas en een lange vlakke lat van tenminste de lengte van de vijver
zijn hierbij onontbeerlijk. Het geeft namelijk een hoop ellende als Uw
vijver niet waterpas ligt. Nu moet U laag voor laag, spade voor spade
diep, de grond afgraven waarbij U gelijk voor de terrasvorming kunt
zorgen. Het is namelijk voor de planten beter als U terrassen in de vijver
aanbrengt. Maakt U deze terrassen niet te smal, minimaal dertig
centimeter. Zorgt U er ook voor dat het verloop geleidelijk aan gaat en
dat U geen echt stijle kanten krijgt. Gaan we, zoals in dit geval, uit van
een vijver die licht niervormig is waarbij de lengte 3.50 meter bedraagt,
de breedste breedte 2.00 meter en de smalste breedte 1.50 meter, dan is
het raadzaam het diepste punt te houden op ongeveer 1.00 meter en het
meest ondiepe terras op 20 centimeter. Naast het uitgegraven gedeelte kan
men nog een moerasgedeelte maken dat direct naast het breedste punt van de
vijver komt. Maak dit echter nooit dieper dan 10 a 15 centimeter. Houdt
wel rekening met het feit dat U vijverfolie gaat neerleggen en dat het
raadzaam is hieronder een beschermlaag aan te brengen. Het is daarom goed
wat dieper te graven dan op de tekening vermeld staat. Als het graafwerk
af is kunt U het beste eerst een flinke stapel oude kranten onder de
foliebeschermlaag aanbrengen, of een laag fijn zand van zo'n centimeter of
tien. Daarover komt dan de beschermfolie. Deze folie is tegen een
redelijke prijs te koop bij Uw tuinvijverspecialist, maar U kunt daarvoor
ook een stuk oude vloerbedekking of jute zakken gebruiken. Is eenmaal ook
deze klus geklaard dan gaan we met het echte werk beginnen.
De folie
Voor het maken van een folievijver zijn er in de handel
diverse kwaliteiten vijverfolie te koop in diverse dikten en gradaties.
Heel raadzaam is het om een folie te kopen van een goede kwaliteit en
behoorlijke dikte. Persoonlijk raad ik folie aan vanaf tenminste 0,6
millimeter maar liever nog een dikte van 0,8 tot 1,0 millimeter. De
meerprijs hiervan is niet zo schokkend maar U bespaart Uzelf wel een
enorme narigheid. Het is echt geen pretje Uw vijver leeg te moeten halen
omdat deze op één of meer punten lekt. Als we eenmaal de juiste folie
hebben gevonden laten we deze op maat afsnijden. Heeft U gekozen voor een
buitensporige maat, dan is het altijd mogelijk deze speciaal voor U te
laten maken. Ook kunt U zelf met een speciale plakkit de folie aan elkaar
verlijmen Het inbrengen van de folie in Uw uitgegraven en met beschermdoek
afgedekte vijverput is niet moeilijk meer. Alle verhogingen per terras
moet U afzonderlijk uitleggen. Tracht hierbij zo secuur mogelijk te werk
te gaan. Vouwen of naden zullen geen problemen opleveren omdat en goede
kwaliteit folie erg elastisch is en zowel bij warm weer als bij koude
zeker voor tien a vijftien jaar wordt gegarandeerd. Zorgt U er wel voor
dat de folie tenminste twintig centimeter over de rand komt te liggen.
Deze rand slaan we dan wat terug en leggen deze iets omhoog, met behulp
van een lat of stenen, en dekken alles dan af met een deel van de grond,
welke U uit de vijverput heeft gehaald. Voor het moerasgedeelte laat U de
folie nog zo'n 40 centimeter extra doorlopen en het laatste stuk moet iets
omhoog lopen. De praktijk zal uitwijzen dat dit zeker zijn voordelen
heeft. Heeft U de folie nu in zijn totaliteit op zijn plaats aangebracht,
dan kunnen we verder met de volgende stap.
De afwerking van de folie
Het is natuurlijk geen fraai gezicht als U tegen de folie
aankijkt. Deze is echter gemakkelijk weg te werken met natuurlijke
materialen. Hiervoor kunnen we heel goed laagveen en/of hoogveen
turfblokken gebruiken. Het voordeel van deze blokken is dat het heel
makkelijk te verwerken is en dat vooral uit het laagveenturf vaak nog
spontaan heel fraaie planten tevoorschijn komen. Natuurlijk zijn ook
andere materialen te gebruiken zoals: stenen in diverse soorten en maten,
hout in allerlei uitvoeringen en boomstammetjes. Zelfs is het mogelijk om
graszoden ondersteboven over de randen te plaatsen, waarin later dan wat
oeverplanten gezet kunnen worden. Toch moet men hiervoor oppassen want
graszoden zijn heel makkelijk gelegd maar zeer moeilijk te verwijderen als
we dit niet meer willen. Na de afwerking van de randen komen we bij de
volgende vraagstukken uit. Moeten we een voedingsbodem voor de planten op
de vijverbodem aanleggen en doen we straks de planten los in de vijver, of
gebruiken we mandjes en/of andere materialen en nemen we geen
voedingsbodem. Persoonlijk zou ik een middenweg van deze twee aanraden.
Breng op de bodem een deel grof ongewassen grind aan en voeg hieraan een
middel toe dat zorg draagt voor voldoende micro-organismen, nitrificerende
bacteriën die zorgdragen voor een natuurlijke afbraak.
Water
Nu kunnen we de vijver gaan vullen met water. Moet dit nu
met gewoon leidingwater gebeuren of gebruiken we daar slootwater, of water
uit een andere vijver voor. Het antwoord op deze vraag is erg eenvoudig.
Heeft U in de directe omgeving een sloot, waarvan het water echt in orde
is, dan moet U niet aarzelen daarvan een flink deel in Uw vijver te
gebruiken. Maar heeft U zo'n sloot niet voorhanden, of U bent niet zeker
dat deze sloot echt in orde is, dan gebruikt U gewoon leidingwater. Dit
heeft echt zijn voor-delen want U weet nu precies de hardheid en alle
andere waarden van dit water. U kunt nu zelf dit water aanpassen. Gebruik
liever geen water uit een andere vijver, tenzij U voor de volle 100% zeker
weet dat dit in orde is. Beginnen met verkeerd water kan namelijk in een
absolute ramp eindigen. is de vijver eenmaal gevuld dan laten we deze
gedurende vierentwintig uur met rust alvorens we overgaan tot het
beplanten hiervan. Voor een goed florerende vijver zou het water eigenlijk
een pH (zuurgraad) moeten hebben tussen de 7 en 9. De DH ( hardheid) moet
liggen tussen de 8 en de 12 graden. Zoals eerder aangegeven hebben
planten, net als wij, bepaalde voedingsstoffen nodig. Toch moeten we dit
niet overdrijven want de grond voor echte waterplanten, de
zuurstofhoudende planten dus, moet arm zijn. Het liefst scherp zand of
fijn grind. Waterlelies houden van wat toegevoegde klei en de oeverplan
ten willen best wel wat klei en turf (laagveen) door de grond. Wij doen
deze grond echter niet direct los in de vijver, dit onder andere in
verband met het vrijkomen van stikstof bij erg warm weer, dus moeten we
hiervoor een andere oplossing zoeken. Omdat we tevens willen trachten zo
weinig mogelijk losse grond in de vijver aan te brengen, om zweefvuil te
voorkomen, gaan we de planten in mandjes in de vijver aanbrengen. in deze
mandjes kunnen we dan, elk voor de soort plant afzonderlijk, de juiste
voedingsstoffen kiezen. Dit heeft als voordeel dat, mocht U vissen in Uw
vijver willen houden deze de grond in de vijver niet kunnen omwoelen, met
alle gevolgen van dien. Tevens kunt U op deze wijze de planten beter in
toom houden en zullen de wortels van bepaalde soorten, die best wel scherp
en sterk kunnen zijn, niet door Uw folie groeien. Nog een voordeel is dat
planten die minder sterk groeien nu ook de kans krijgen, terwijl ze anders
zouden worden overwoekerd door de soorten die sneller groeien. Bij het
uitdunnen van planten behoeft U nu alleen maar het mandje uit de vijver te
tillen, terwijl U anders met een groot, vaak door de hele vijver
woekerend, wortelgestel te maken zou krijgen.
Zuurstofplanten
Het beplanten van een vijver is voor veel mensen altijd
de moeilijkste klus. Toch vraag ik mijzelf wel eens af waarom. Natuurlijk,
de keuze die gemaakt moet worden kan allesbepalend zijn voor de rest van
Uw vijver maar veranderingen zijn altijd mogelijk .... toch? We behoeven
geen botanicus te zijn om te weten dat de eerste planten die we in het
water moeten plaatsen de zuurstofplanten zijn, de zogenaamde echte
waterplanten. Daarin is een behoorlijke keus en dat is heel prettig. Wat
doen die zuurstofplanten nu precies en wanneer moeten we deze in het water
plaatsen? Om met de eerste vraag te beginnen. Zuurstofplanten zijn planten
die door een flink aantal uren zonlicht veel zuurstof aan het water
afgeven en bepaalde voedingsstoffen afbreken waardoor algen, die deze
voedingsstoffen tot zich nemen, geen of nauwelijks kans krijgen. Het zijn
vaak grillig gevormde planten welke onder water groeien en waarvan de
bloeiwijze nauwelijks van betekenis is. Denk hierbij aan soorten als
waterpest (Elodea canadensis) , gedoornd hoornblad (Ceratophyllum
demersum) , glanzend fontijnkruid (Potamogeton lucens) , waterviolier
(Hottonia palustris) , waterranonkel ( Ranunculus aquatilis) ,
aarvederkruid (Myriophyllurn spicatum) , waternavel ( Hydrocotyle natans)
en blaasjeskruid (Utricularia vulgaris) . Al deze planten zijn uitermate
geschikt als zuurstofvoorziening en zullen vooral in de eerste weken, na
het opzetten van een nieuwe vijver, als er nog weinig groei is bij andere
planten, van zeer groot belang zijn. Maar het zuurstofgehalte van het
water is niet alleen afhankelijk van de zuurstofplanten. Er spelen nog
meer factoren een belangrijke rol. De belangrijkste hiervan is wel de
temperatuur. Hoe warmer het water wordt, des te minder zuurstof kan het
vasthouden. Erger wordt het nog als bij hogere tem~ peraturen ook de
vijverdieren actiever worden, dus meer zuur~ stof verbruiken. Gelukkig
produceren planten als het warmer wordt meer zuurstof, dus dit heft de
zaak een beetje op. Maar zeker is dat de warmere periodes in de vijver
voor de meeste problemen zorgen. Is er op zo'n moment geen sprake van een
natuurlijk evenwicht dan krijgen we onherroepelijk problemen en gaan de
planten rotten. Het nut van nitrificerende bacteriën komt nu om de hoek
kijken. In het kort samengevat ontstaat er door rot en dood materiaal,
uitwerpselen van vissen en overtollig visvoer, ammoniak + ammonium in het
water. Dit zijn giftige afvalstoffen die zeer gevaarlijk zijn voor het
dierlijk leven in de vijver. Dit wordt door bacteriën omgezet in nitriet.
Weer andere bacteriën zetten dit zeer giftige nitriet om in nitraat. Goed
groeiende planten nemen nitraat, wat nu een voedingsstof is geworden, op
en de problemen zijn uit de wereld. U ziet hoe belangrijk het is dat er
voldoende zuurstof en goed groeiende planten in de vijver aanwezig zijn.
Vandaar dat het af en toe aanvullen van deze bacteriën geen overbodige
luxe is. Hebben we eenmaal een vijver met redelijk tot goed functionerende
waterplanten (zuurstofplanten) dan is de eerste slag gewonnen. We kunnen
nu verder met de rest van de beplanting.
Drijvende planten
Waterlelies zijn in de Nederlandse vijvers zo ingeburgerd
dat ze haast niet meer weg te denken zijn. Veel soorten zijn dan ook
mogelijk. Afhankelijk van de ruimte die we deze planten willen geven
kunnen we kiezen uit kleine, middelgrote en groté soorten. Toch wil ik
waarschuwen voor een te grote overdaad aan waterlelies. Het is echt
prachtig om deze planten te zien bloeien maar een teveel aan blad kan de
vijver verstikken (er komt niet voldoende zonlicht meer bij de echte
waterplanten). Zorg er dan ook voor dat het nooit kan gaan overwoekeren en
durf in te grijpen als dit nodig is. Kikkerbeet is ook een leuke en
geschikte drijfplant die samen met de watergentiaan de waterlelie
overbodig kan maken. Krabbescheer is een heel bruikbare plant die een goed
reinigende werking heeft en uitermate fraai bloeit. Hier geldt echter ook
weer, laat hem niet woekeren maar durf op tijd in te grijpen. De waternoot
(Trapa natans) is een mooie plant maar houdt van veel warmte en is in te
grote vijvers niet echt op zijn plaats.
Oever- of moerasplanten
Deze groep omvat vele bruikbare soorten. In het water
zelf zijn het waterdrieblad (Menyanthus trifoliata) en het snoekkruid
(Pontederia cordata) uiterst fraai en heel goed bruikbaar. Maar ook
soorten als: gele lis (Iris pscudacorus), lidsteng (Hippuris vulgaris),
gewone waterbies (Eleocharis palustris), moeraswederik (Lysimachia
thyrsifolis), veenpluis (Eriophorum angustifolium) en natuurlijk de fraaie
zwanenbloem (Butomus umbellatus). Direct op of langs de oever zijn de
volgende planten uitermate geschikt. Verschillende iris-soorten, waarvan
de Laevigata en de Kaempferi werkelijk prachtige kleuren vertonen en
waaraan je echt lang plezier beleeft. De dot~ terbloem (Caltha palustris),
met tegenwoordig gele, witte en dubbelbloemige ondersoorten. Alle soorten
Primula's, waarvan de 'Vialli' een heel fraaie is en niet te vergeten het
moeras-vergeet-mijnietje. Een echte vijverliefhebber kan het natuurlijk
ook niet stellen zonder zo'n prachtige scharlakenrode Lobelia fulgens. Zo
kunnen we nog wel even doorgaan. Om een juist plantenbestand te creëren is
het zaak duidelijk je eigen wensen op papier te zetten en dan een goede
combinatie zoeken van deze wensen. Het is in dit geval moeilijker dan U
denkt. Maar alleen al het plezier dat U heeft bij het uitzoeken van de
juiste soorten is al een belevenis op zich.
Ter afsluiting
Zonder te overdrijven durf ik gerust te stellen dat ik
hier nog maar een klein gedeelte geschreven heb van wat ik eigenlijk zou
moeten vertellen. Zo ben ik maar heel kort ingegaan op de soorten planten,
omdat dit eigenlijk voor een ieder persoonlijk is wat hij/zij wel of niet
mooi vindt. Ik ben totaal niet ingegaan op het installeren van pompen,
filters etc. Over ornamenten in en rond de vijver zouden pagina's gewijd
kunnen worden. Tenslotte ben ik bewust niet ingegaan op het feit of we
vissen in onze vijver moeten houden en zo j a welke soorten en hoeveel.
Het zou voor dit artikel te ver gaan. Toch zullen er ongetwijfeld een
heleboel vragen over blijven. Voor die vragen kunt U terecht bij het
bestuur van Uw vereniging. Zij kunnen U waarschijnlijk verder helpen.
Tenslotte kunnen zij altijd een beroep doen op ondergetekende, die zelf al
vele jaren plezier beleeft aan 'De natuur in en rondom de
vijver'.
